AgroActualiteiten

13 december 2024

Ecoregeling: gelijk bouwplan, andere uitkomst


 

Vanaf 2025 gelden voor de GLB-ecoregeling een beperkt aantal wijzigingen. Echter dit kan voor uw bedrijf toch (grote) gevolgen hebben. Ook als uw bouwplan 2025 vergelijkbaar is met die van dit jaar. Het is verstandig om de ecoregeling door te rekenen met uw beoogde bouwplan voor 2025.


Systeem niet gewijzigd

Ook in 2025 moet u bepalen of u aan de ‘instapeis’ voldoet. Hiervoor moet u op een vijftal thema’s voldoende punten scoren. Daarna kunt u bepalen in welke klasse u terecht kunt komen (‘Brons’, ‘Zilver’ of ‘Goud’). Dit is mede afhankelijk van de ‘waarde’ van de eco-activiteiten die u uitvoert. De benodigde punten en benodigde waarde voor de verschillende klassen blijft in 2025 gelijk. 


Nieuwe en vervallen eco-activiteiten

Vanaf 2025 kunt u, als dit past binnen uw bedrijf, kiezen voor de nieuwe eco-activiteiten ‘Tagetes als aaltjesbestrijding’ en ‘Voedselbos’. De eco-activiteit ‘Vroeg ras rooien (uiterlijk 31 oktober)’ vervalt. De eco-activiteit ‘Meerjarige teelt’ heet voortaan ‘Verlengde teelt’.


Eco-activiteit ‘Tagetes als aaltjesbestrijding’

Bij deze eco-activiteit gelden o.a. de volgende voorwaarden:

·        U teelt uitsluitend ‘Tagetes patula’ als hoofdteelt.

·        De teelt duurt tenminste drie maanden.

·        Het perceel was voorgaand jaar geen blijvend grasland.

·        U gebruikt minimaal de aanbevolen hoeveelheid zaaizaad.

U kunt rekenen met een waarde van € 1.448/ha (Regio 1) of € 1.675/ha (Regio 2).


Eco-activiteit ‘Voedselbos’

Hiervoor gelden o.a. de volgende voorwaarden:

·        Het voedselbos bevat minimaal drie verticale vegetatielagen.
·        Het perceel is minimaal 0,5 ha.

·        Per hectare staan minimaal 15 verschillende soorten bomen en struiken.

·        De bomen en struiken produceren eetbare producten.

U kunt rekenen met een waarde van € 2.868/ha (Regio 1) of € 3.961/ha (Regio 2).


Fors minder punten voor Biodiversiteit

Het aantal punten voor ‘Biodiversiteit’ is fors verlaagd bij:

·        ‘Overig houtige elementen’ (van 60 naar 40)

·        ‘Kruidenrijke bufferstroken’ (van 60 naar 20).


Hierdoor is het lastiger om voldoende punten te scoren op dit thema. Daarnaast zijn er aanpassingen in de punten bij ‘Precisiebemesting’ en ‘Precisiegewasbescherming’.


Wijzigingen voorwaarden eco-activiteiten

Bij enkele eco-activiteiten zijn de voorwaarden aangepast:

·        ‘Groenbedekking’: het gewas mag in de verplichte teeltperiode wel doodvriezen.

·        ‘Strokenteelt’: minimaal vier verschillende gewassen (was vijf).

·        ‘Stikstofbindend gewas’: niet telen na blijvend grasland in voorgaande jaar.

·        ‘Biologische bestrijding’: nu ook o.a. roofmijten, sluipwespen in te zetten.


Wijzigingen toegestane gewassen

Voor de eco-activiteiten ‘Rustgewas’, ‘Verlengde teelt’, ‘Stikstofbindend gewas’, ‘Groenbedekking’ en ‘Onderzaai vanggewas’ zijn enkele gewassen verwijderd of toegevoegd. Zo is bijvoorbeeld op de lijst ‘Groenbemesters/vanggewassen’ wintertarwe en wintergerst toegevoegd. Miscanthus is niet meer in te zetten voor ‘Verlengde teelt’.


Bepaal of de ecoregeling 2025 haalbaar en interessant is. Neem voor alle details contact op met uw adviseur.


 

GLB 2025: forse verzwaring bij veengronden


 Voor het ontvangen van GLB-subsidies moet u aan de conditionaliteiten (o.a. GLMC’s) voldoen. Bij het onderdeel ‘Bescherming van veengronden’ (GLMC 2) worden de voorwaarden vanaf 2025 fors aangescherpt.


Uitbreiding naar alle veengronden

De voorwaarden van GLMC 2 gaan gelden voor alle veengronden in Nederland. Voor de definitie van veengrond wordt verwezen naar de ‘Meststoffenwet’. Is uw perceel voor ‘mest’ als veengrond aangewezen, dan geldt dit ook voor het GLB.


Blijvend grasland niet meer omzetten

Vanaf 2025 mag u, als u GLB-subsidie aanvraagt, uw blijvend grasland op veengrond niet meer omzetten naar bouwland of blijvende teelt. 


Voldoen aan peilbesluit

Vanaf 2025 moet bij alle percelen veengrond worden voldaan aan het peilbesluit. T/m 2024 geldt dit alleen voor kustvlakteveen. Praktisch is dit geen verzwaring omdat u, vanuit andere regelgeving, al moet voldoen aan het peilbesluit.


Ploegdiepte

Op bouwland mag u veengrond vanaf 2025 maximaal 40 cm diep ploegen. Dit zal meestal geen belemmering zijn.


Voldoende voor Europese Commissie?

De minister heeft aangegeven dat het nog niet duidelijk is of de Europese Commissie deze aanpassingen voldoende vindt.


De regels voor veengronden zijn nog niet helemaal definitief. Wij houden de ontwikkelingen in de gaten.


 


Versoepelingen bij overige conditionaliteiten



Bij een drietal onderdelen van de conditionaliteiten geldt een versoepeling van de voorwaarden. Vooral het vervallen van de eis ‘4% Niet-productief areaal’ is voor de veel bedrijven gunstig.


Vervallen ‘4% niet-productief areaal’

Vanaf 2025 hoeft u niet meer te voldoen aan de eis om 4% van uw bouwland als ‘niet-productief’ aan te leggen. Deze voorwaarde was al versoepeld in 2023 en 2024, maar komt per 2025 helemaal te vervallen.


Sloten en landschapselementen wel opgeven

U blijft wel verplicht om uw subsidiabele sloten en landschapselementen op te geven bij de Gecombineerde opgave. 
 

Bodembedekking op klei in najaar

U bent, op zware kleigrond, niet meer verplicht om uw bouwland, in de periode van 1 augustus t/m 30 november, tenminste 8 weken bedekt te houden.


Ploegen blijvend grasland in Natura 2000-gebied

Vanaf 2025 mag u, onder voorwaarden, beschadigd grasland in Natura 2000-gebieden omploegen/vernietigen voor herinzaai. Dit geldt zowel voor Habitatrichtlijn- als Vogelrichtlijngebieden. Dit moet wel zijn toegestaan binnen het provinciale Natuurbeheerplan.


Het voldoen aan de conditionaliteiten is van belang om een korting op uw GLB-subsidies te voorkomen


 

Uitbetaling GLB-subsidies 2024



Onlangs zijn de voorlopige tarieven voor de GLB-subsidies bekend gemaakt. RVO start met de uitbetaling 2024 op basis van deze voorlopige tarieven. In 2025 worden de definitieve tarieven vastgesteld.


Voorlopige tarieven

De voorlopige tarieven zijn:

·        Basispremie per ha: € 245,25 voor de eerste 40 ha, € 193 voor de overige hectares.

·        Ecopremie per ha: ‘Brons’ € 60, ‘Zilver’ € 100 en ‘Goud’ € 200.

·        Toeslag jonge landbouwers: € 2.800 per aanvrager.

·        Zeldzame rassen: € 200 per GVE.

Naar verwachting zullen de definitieve tarieven niet veel afwijken.


Uitbetaling en correctie

De ecopremie ontvangt u in twee delen: een compensatiebedrag (€ 32,50/ha) en de hierboven vermelde ecopremie minus het compensatiebedrag. Het compensatiebedrag wordt uitbetaald in de maanden november-december 2024. Mogelijk heeft u dit al ontvangen. Het restant van de ecopremie wordt in 2025 uitbetaald. De voorlopige basispremie wordt uitbetaald vanaf begin december. Nadat de definitieve tarieven zijn vastgesteld (eerste kwartaal 2025) ontvangt u mogelijk een correctie op de voorlopige uitbetaling.


Brieven van RVO

Voor de uitbetaling van GLB-subsidies ontvangt u een (digitale) brief van RVO. De kans is groot dat u meerdere uitbetalingen, en dus meerdere brieven, ontvangt. Ontvangt u een ‘Beslissing uitbetaling GLB-subsidies’? Dan kun u, indien nodig, bewaar maken. Deze mogelijkheid is dan in de brief opgenomen.


Controleer de beslissing op uw GLB-subsidie(s) goed. Maak zo nodig tijdig bezwaar. Wij zijn u graag van dienst.


 


Basispremie 2025 lager, ecopremie gelijk



Door een lager budget zal de basispremie in 2025 lager zijn dan in 2024. De exacte hoogte is afhankelijk van het aantal bedrijven dat in 2025 aan de ecoregeling deelneemt.


Hoger budget voor ecopremie nodig

Bij een gelijkblijvende deelname aan de ecoregeling zal het budget voor de ecopremie ook in 2025 ontoereikend zijn. Of hiervoor extra budget komt is maar de vraag. Als dat budget er niet komt dan zal er geld van de basispremie overgeheveld worden naar de ecoregeling. Dit heeft te maken met de doelstelling om de ecopremie zo maximaal mogelijk te houden. De basispremie zal dan (nog) lager uitvallen.


Geschatte hoogte basis- en ecopremie

Bij de genoemde uitgangspunten wordt de basispremie per ha: circa € 200 voor de eerste 40 ha en circa € 160 voor de overige hectares. De ecopremie is dan opnieuw € 60, € 100, € 200 voor respectievelijk ‘Brons’, ‘Zilver’ en ‘Goud’.


Extra nationaal budget voor ecoregeling?

Als in 2025 opnieuw nationaal budget voor de ecopremie beschikbaar wordt gesteld, dan hoeft minder budget voor de basispremie overgeheveld te worden. De basispremie zal dan ca. € 25 hoger uitkomen.


Als in 2025 geen nationaal budget beschikbaar komt, wordt de basispremie fors verlaagd. De genoemde bedragen zijn een indicatie.


 

Subsidie vrijwillige verplaatsing piekbelaster



Bent u een ‘piekbelaster’ in het kader van de stikstofproblematiek? En overweegt u om uw bedrijf te verplaatsen? Dan kunt u wellicht gebruik maken van deze subsidieregeling.


Doelgroep

De subsidie is bedoeld voor bedrijven, met een ‘stikstofvracht’ op overbelaste Natura 2000-gebieden van in totaal tenminste 2.500 mol/jaar (piekbelaster), die mogelijk willen verplaatsen binnen Nederland of naar een andere lidstaat van de EU. 


Twee modules

De subsidieregeling bestaat uit twee modules.


Module ‘Haalbaarheidsonderzoek’

Binnen deze module kunt u 95% subsidie ontvangen voor onderzoek naar de vraag of verplaatsing haalbaar is. Het gaat om onderzoek naar een nieuwe locatie en de financiële en fiscale mogelijkheden. Ook kunt u diverse taxaties laten uitvoeren. U kunt deze subsidie aanvragen in de periode 2 december 2024 t/m 30 mei 2025. Het is geen voorwaarde dat u, na ontvangen van deze subsidie, uw bedrijf op enig moment daadwerkelijk verplaatst.


Module ‘bedrijfsverplaatsing’

Deze subsidie kunt u aanvragen als u daadwerkelijk gaat verplaatsen. De subsidie bedraagt tot 100% van de subsidiabele kosten. U kunt o.a. subsidie aanvragen voor demonteer-/verhuis-/opbouwkosten of voor het overnemen van bestaande gebouwen op de nieuwe locatie. Ook kunt u subsidie krijgen voor sloopkosten, modernisering van gebouwen en advieskosten. U kunt deze subsidie aanvragen in de periode 6 januari 2025 t/m 30 november 2027.


Denkt u aan verplaatsing van uw bedrijf? Neem dan contact met ons op, zodat we de mogelijkheden kunnen bespreken.


 


Acties ‘mest’ richting einde jaar


Nu het einde van het jaar nadert is het goed om een voorlopige gebruiksnormenberekening te maken. Op basis van deze berekening kunt u bepalen of acties zinvol zijn. Daarnaast moet u letten op andere ‘mestzaken’.


Voorlopige gebruiksnormenberekening

Voor uw gebruiksnormenberekening heeft u o.a. de eindvoorraden mest nodig. Deze moet u op 31 december bepalen. Voor de voorlopige berekening kunt u deze inschatten. De definitief vastgestelde mestvoorraden gebruikt u voor uw ‘Aanvullende gegevens’. Begin 2025 moeten alle bedrijven de ‘Aanvullende gegevens’ indienen.


Acties op basis van voorlopige berekening

Bent u akkerbouwer en verwacht u een fosfaatoverschot? Dan kunt u zich aanmelden voor de ‘fosfaatverrekening’. Heeft u extra fosfaatruimte nodig? Dan kunt u nagaan of u een hogere fosfaatnorm voor ‘bouwland fosfaattoestand hoog’ kunt toepassen.

Als veehouder kunt u, o.a. op basis van de productiegegevens en fosfaatruimte, bepalen of u voldoende mest heeft laten verwerken.


Melden overdrachten productierechten

Heeft u voor dit jaar nog rechten nodig (koop of lease)? Dan moet u dit melden bij RVO. Let erop dat mogelijk binnenkort bij een overdracht van dierrechten naar ‘derden’ afroming plaatsvindt en voor fosfaatrechten een hoger afroming geldt.


Begin tijdig met uw prognose, zodat u meldingen tijdig kunt doorgeven.


 

 Kort nieuws


Pilot mineralenconcentraat verlengd

De pilot mineralenconcentraat is met één jaar verlengd. Hierdoor geldt de pilot ook voor 2025. Wilt u als afnemer van mineralenconcentraat voor het eerst deelnemen aan deze pilot? Dan moet u uw bedrijf voor de aanvoer van de eerste vracht aanmelden bij RVO. Ook heeft u dan een schriftelijke overeenkomst van de producent nodig.


Nieuwe pilot ‘urine als kunstmest’

In de periode 2025 t/m 2029 gaat de pilot ‘Urine als kunstmestvervanger’ lopen. Bedrijven met één van onderstaande staltechnieken komen hiervoor in aanmerking:

·        Lely Sphere.

·        Hanskamp CowToilet.

·        Hanskamp VrijlevenStal.

 

Er is ruimte voor maximaal 100 bedrijven. Aanmelden is, voor 2025, niet meer mogelijk.

 

Afromingspercentages aangepast.

De eerder aangekondigde afroming bij de overdracht van dierrechten is door de Eerste Kamer aangenomen. De afromingspercentages zijn iets verlaagd: varkensrechten van 25% naar 22%, pluimveerechten van 15% naar 13%. Het afromingspercentage voor fosfaatrechten blijft zoals eerder voorgesteld: 30%. Het is, op het moment van schrijven, nog niet bekend of de afromingspercentages per 1 januari 2025 in gaan of al eerder.

 


Agenda


Uiterlijk 31 december

•     Aanmelden fosfaatverrekening

•     Aanmelden ‘hoger fosfaatnorm bouwland’

•     Melden ‘mestverwerking’ (VVO, DPO)

•     Melden overdracht productierechten 2024

31 december

•     Vaststellen eindvoorraden meststoffen

Uiterlijk 31 januari 2025

•     Aanvullende gegevens voor alle bedrijven

•     Aanvraag derogatievergunning

•     Nieuwe derogatiemonsters

•     Bemestingsplan derogatiebedrijven

Uiterlijk 14 februari

•     Bemestingsplan niet derogatiebedrijven

   

 

 Over ons

Wij verzorgen boekhouding, belastingaangifte en financieel advies voor ondernemers in het MKB en de agrarische sector, maar ook voor particulieren.

Heeft u behoefte aan een persoonlijke adviseur die dicht bij u staat, uw behoeften begrijpt en met u meedenkt? Kijk  hieronder voor onze contactgegevens.

 

 

WEA Accountants & Adviseurs kan niet garanderen dat deze informatie te allen tijde actueel en compleet is. WEA aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor directe of indirecte schade welke ontstaat naar aanleiding van het raadplegen van deze nieuwsbrief. Raadpleeg altijd eerst uw adviseur voordat u tot actie overgaat.

     

 

25 juli 2025
1. Wet plan van aanpak witwassen aangenomen De Wet plan van aanpak witwassen is op 10 juni 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet regelt dat contante betalingen van meer dan € 3.000 door en aan handelaren niet meer zijn toegestaan. Deze beperking geldt niet voor particulieren onderling. Die kunnen dus wel meer dan € 3.000 contant aan elkaar blijven betalen. De beperking geldt ook (nog) niet voor contante betaling van diensten. Mogelijk komt er in 2027 wel een Europese verplichting om voor diensten ook een limiet in te voeren. De grens voor contante betalingen is niet in elk EU-land gelijk. Dit kan bij internationale handelaren voor moeilijkheden zorgen. Zo bedraagt de grens in Frankrijk slechts € 1.000, maar in Duitsland weer € 10.000. Het is nog niet bekend wanneer de wet ingaat. Het streven van het inmiddels demissionaire kabinet was om het verbod op contante betalingen van meer dan € 3.000 vóór 1 januari 2026 in te voeren. 2. Zo vindt u uw fiscale betalingskenmerk Bij het betalen van belastingen moet u het juiste betalingskenmerk vermelden. Weet u dit betalingskenmerk niet meer, dan zijn er verschillende manieren om dit te achterhalen. Zo kunt u met uw aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer op de website van de Belastingdienst zoeken via ‘ zoekhulp betalingskenmerk ’. Voor de loon- of omzetbelasting kunt u ook uw omzetbelasting- of loonheffingennummer gebruiken. Ook kunt u na het inloggen op de website van de Belastingdienst uw betalingskenmerk vinden in het ‘Overzicht betalen en ontvangen’. 3. Eerste uitspraak in massaalbezwaarplusprocedure box 3 Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. Het kabinet besloot echter geen rechtsherstel te bieden aan belastingplichtigen van wie de aanslag op 24 december 2021 al onherroepelijk vaststond (hierna: de groep niet-bezwaarmakers). Voor deze groep is de massaalbezwaarplusprocedure ingericht. Door middel van vier proefprocedures wordt de vraag voorgelegd of het terecht is dat de groep niet-bezwaarmakers niet in aanmerking komt voor rechtsherstel. Rechtbank Den Haag heeft als eerste een uitspraak gedaan en geoordeeld dat de proefpersoon niet in aanmerking komt voor rechtsherstel. Deze uitspraak zal aan een hogere rechter worden voorgelegd: ofwel een gerechtshof, ofwel – in overleg met de Belastingdienst – meteen al de Hoge Raad. Op dit moment is er daarom nog geen definitief uitsluitsel over de vraag of de groep niet-bezwaarmakers misschien toch recht heeft op rechtsherstel. 4. Fiscale regeling rond carpoolen Welke gericht vrijgestelde vergoeding kunt u geven bij carpoolen? Gebeurt het carpoolen op eigen initiatief én met een eigen auto van een werknemer, dan mag u iedere deelnemer (bestuurder én meerijders) een vergoeding van maximaal € 0,23/km geven voor zijn eigen afstand woon-werkverkeer. Is er in deze situatie sprake van een auto van de zaak, dan mag u alleen aan de meerijders maximaal € 0,23/km gericht vrijgesteld vergoeden voor hun afstand woon-werkverkeer. Organiseert u het carpoolen met een eigen auto van een werknemer, dan mag u alleen aan de bestuurder maximaal € 0,23/km gericht vrijgesteld vergoeden, maar dan wel voor alle kilometers (eigen afstand woon-werkverkeer plus omrijkilometers voor het oppikken van de meerijders). Is er in deze situatie sprake van een auto van de zaak, dan mag u aan niemand een gericht vrijgestelde kilometervergoeding geven. 5. Controleer uw beschikking Wtl 2024 Werkgevers die recht hadden op het lage-inkomensvoordeel (LIV) of een loonkostenvoordeel (LKV) over 2024 ontvangen vóór 1 augustus 2025 de beschikking Wtl 2024. De Belastingdienst betaalt het bedrag binnen zes weken na dagtekening van de beschikking. Controleer de beschikking wel goed en maak waar nodig bezwaar binnen zes weken na dagtekening van de beschikking. Is bijvoorbeeld sprake geweest van overgang van een onderneming of van contractovernames waarbij de arbeidsovereenkomsten door de nieuwe werkgever ongewijzigd worden voortgezet? Dan heeft u mogelijk – door een arrest van de Hoge Raad en een uitspraak van een gerechtshof – toch recht op een LKV of LIV. 6. Langere tijdelijke bescherming gevluchte Oekraïners Door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming kunnen gevluchte Oekraïners in de Europese Unie verblijven zonder dat zij asiel hoeven aan te vragen. Op de website van de IND is te vinden voor wie de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geldt. Als de Oekraïner een arbeidsovereenkomst, een bsn, een geldig paspoort, identiteitsbewijs of reisdocument én een bewijs van verblijf (sticker in paspoort, los papier of pasje) heeft, kan hij ook werken zonder tewerkstellingsvergunning. Op 13 juni 2025 stemden de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in met het voorstel van de Europese Commissie om de richtlijn te verlengen tot en met 4 maart 2027. De formele besluitvorming in de Raad van de Europese Unie is voorzien op 15 juli 2025. Voor mensen die niet de Oekraïense nationaliteit hebben, maar in Oekraïne verbleven met een tijdelijke verblijfsvergunning, stopt de tijdelijke bescherming overigens definitief op 4 september 2025.
25 juli 2025
De Belastingdienst heeft nadere uitleg gegeven over hoe de doelmatigheidsgrens van € 2.400 in de werkkostenregeling (WKR) in de praktijk wordt toegepast. Gebruikelijkheidstoets WKR In beginsel is alles wat een werkgever vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt aan een werknemer als loon belast bij de werknemer. Hiervoor geldt een aantal uitzonderingen, gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen, waar in dit artikel verder niet op ingegaan wordt. Een werkgever kan in beginsel de vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling ook aanwijzen als eindheffingsloon. De gebruikelijkheidstoets legt hier een beperking op: vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen die voor meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld wordt, mag een werkgever niet aanwijzen als eindheffingsloon. Let op: Tot het bedrag van de vrije ruimte (in 2025 2% van de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% daarboven) betaalt een werkgever geen belasting over de aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Daarboven komt ten laste van de werkgever een eindheffing 80%. Doelmatigheidsgrens € 2.400 De Belastingdienst hanteert bij het beoordelen van de gebruikelijkheidstoets een doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar. Over de toepassing van deze grens bestonden in de praktijk nog vragen. De Belastingdienst heeft daarover onlangs nadere uitleg gegeven. Veilige haven De aanwijzing van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van in totaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst altijd als gebruikelijk. Tot dit bedrag is sprake van een ‘veilige haven’. De Belastingdienst onderneemt dan geen actie. Het is daarbij niet van belang om welk soort kosten of beloningsbestanddeel het gaat. Zo kan bijvoorbeeld ook een bonus of eindejaarsuitkering tot een bedrag van € 2.400 binnen deze veilige haven als eindheffingsloon worden aangewezen. Wat telt mee binnen de € 2.400? Als er geen twijfel is dat de aanwijzing van een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling voldoet aan de gebruikelijkheidstoets, telt deze niet mee voor de € 2.400-grens. Dat geldt bijvoorbeeld voor een vergoeding waarvoor een gerichte vrijstelling geldt. Denk bijvoorbeeld aan een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer tot maximaal € 0,23 per kilometer. Maar ook van overige (niet gericht vrijgestelde) vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen kan de aanwijzing zonder twijfel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. Bijvoorbeeld omdat de gebruikelijkheid hiervan vooraf is afgestemd met de Belastingdienst. Voorbeeld Een werkgever geeft aan een werknemer een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer van € 1.500 (tegen de gerichte vrijstelling van maximaal € 0,23 per kilometer). Daarnaast heeft de Belastingdienst aan de werkgever bevestigd dat de aanwijzing van de door de werkgever geïmplementeerde fietsregeling voor € 2.000 per fiets gebruikelijk is. In dat jaar geeft de werkgever geen andere vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen. In december wil de werkgever een eindejaarsuitkering van € 2.400 aanwijzen als eindheffingsloon. De werkgever overschrijdt daarmee de grens van € 2.400 niet, omdat de reiskostenvergoeding en de fiets voor die grens niet meetellen. Beoordeling bij overschrijding van € 2.400-grens Wijst de werkgever voor meer dan € 2.400 per werknemer per jaar als eindheffingsloon aan, dan kan tot een bedrag van € 2.400 een beroep gedaan worden op de doelmatigheidsgrens. Boven dit bedrag kan de Belastingdienst de gebruikelijkheid echter wel toetsen. Voorbeeld Een werkgever geeft een bonus van € 4.000 en wil deze aanwijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte van de WKR. In dit voorbeeld geeft de werkgever geen andere vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen. Dit betekent dat de werkgever voor € 2.400 gebruik kan maken van de doelmatigheidsgrens, maar dat voor een bedrag van € 1.600 de gebruikelijkheid ter discussie staat. Houd er rekening mee dat de Belastingdienst deze € 1.600 over het algemeen niet gebruikelijk zal vinden.
25 juli 2025
Volledig btw-vrijgestelde ondernemers en ondernemers die de kleine ondernemersregeling (KOR) toepassen, hoeven in principe geen btw-aangifte te doen. In sommige gevallen zijn zij dit echter incidenteel wel verplicht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor een btw-vrijgestelde ondernemer of ondernemer die de KOR toepast als zij in een ander EU-land goederen kopen of diensten afnemen. Grens van € 10.000 per kalenderjaar Om te beginnen, is van belang of de ondernemer per kalenderjaar al dan niet voor € 10.000 of meer aan aankopen in een ander EU-land doet. Is dit niet het geval, dan hoeft u als Nederlandse afnemer hiervan geen btw-aangifte te doen. U mag dan geen Nederlands btw-identificatienummer verstrekken aan de leverancier en krijgt een factuur met buitenlandse btw. Wel btw-aangifte Koopt u voor € 10.000 of meer per kalenderjaar aan goederen in een ander EU-land, dan moet u hiervan wel btw-aangifte doen in Nederland. Dit moet u doen vanaf de aankoop waarmee u de grens van € 10.000 overschrijdt. U moet bij uw belastingkantoor verzoeken om een btw-aangifte. Btw-aangifte op verzoek U mag ook al vanaf de eerste aankoop in de EU btw-aangifte doen, maar moet hiertoe wel eerst een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Als dat verzoek wordt ingewilligd, verstrekt u aan uw leverancier(s) uw Nederlandse btw-identificatienummer en krijgt u een factuur zonder btw. Let op: Dit betekent echter niet dat u geen btw verschuldigd bent. De btw geeft u immers aan in uw btw-aangifte bij vraag 4b. U mag echter de btw niet bij vraag 5b terugvragen, omdat u een volledig btw-vrijgestelde prestatie verricht. In plaats van buitenlandse btw bent u dan dus Nederlandse btw verschuldigd. Accijnsgoederen en nieuwe auto’s Voor de inkoop van accijnsgoederen en nieuwe of bijna nieuwe auto’s in een ander EU-land moet u altijd btw-aangifte doen in Nederland. U betaalt dan ook de Nederlandse btw. Aparte regeling voor diensten Ook voor diensten geldt een aparte regeling. Diensten die verricht zijn door een ondernemer in een ander EU-land en die in Nederland met btw belast zijn, geeft u ook aan in Nederland. Van de buitenlandse dienstverrichter krijgt u een factuur zonder btw, waarop staat dat de btw naar u verlegd is. De diensten uit een ander EU-land geeft u aan vanaf de eerste euro. De drempel van € 10.000 geldt dus niet voor diensten. Let op: Het bovenstaande kan anders zijn als uw leverancier de kleine ondernemersregeling toepast of als het afstandsverkopen of margegoederen betreft. Een eerste indicatie of u incidenteel btw-aangifte moet doen, kunt u krijgen met de checklist op de website van de Belastingdienst. Neem voor meer informatie over uw eigen situatie contact op met onze adviseurs. Zij helpen u graag verder.