Game, Set, Match forfaitair rendement Box 3 !!

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 december 2021, met niet mis te verstane woorden geoordeeld dat het huidige box 3-stelsel, het forfaitaire rendement die in de jaren 2017 en 2018 (en dus ook daarna) werd en nog steeds wordt berekend, in strijd is met art. 1 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (hierna: EVRM), inbreuk op het eigendomsrecht, in samenhang met art. 14 EVRM, het discriminatie verbod.

Eerdere uitspraak Hoge Raad

In een eerder arrest van de Hoge Raad uit 2019, kwam al aan de orde dat het forfaitaire rendement van box 3 (over het jaar 2013 en 2014) een inbreuk vormde op het eigendomsrecht. De Hoge Raad stelde zich destijds (met enige naïviteit) terughoudend op en gaf de wetgever de opdracht om met gepaste en proportionele (herstel)wetgeving te komen. En pats: de vermogensmix en het daarbij behorende schijvensysteem van box 3 was in 2017 geboren.

Het “lumineuze idee” van de vermogensmix en het schijvensysteem

Zoals wel vaker blijkt, moet de nieuwe verandering vooral niet teveel capaciteit kosten van de Belastingdienst. Waarom zou je meteen goed en doordacht nadenken over een systeem waarbij het werkelijk rendement wordt belast? Deze vraag kan op vele terreinen van de belasting- en toeslagenwetgeving worden gesteld. Maar goed.

De vermogensmix houdt kort gezegd in dat in box 3 een onderscheid wordt gemaakt tussen “spaargeld” en “beleggingen”. Op deze twee categorieën wordt een rendement losgelaten op basis van in het verleden in de markt gerealiseerde rendementen (lees: een verondersteld rendement). Het schijvensysteem zorgt ervoor dat iedere schijf een andere weging van de vermogensmix kent. Wat?? Heel “simpel”: naarmate het vermogen toeneemt, neemt het belang van het spaardeel af en wordt geacht een groter deel van het vermogen een belegging te zijn. Het veronderstelde rendement van het spaardeel is – 0,01% (2022) en het veronderstelde rendement van de belegging is 5,53% (2022). In tabel (bron: van de site van de Belastingdienst):

Stel nou: iemand heeft spaargeld van € 3.000.000 op de bankrekening staan (ik laat hierbij de negatieve rente van de bank voor het gemak buiten beschouwing). Waarom zou het dan eerlijk zijn om hierbij een verdeling van een spaardeel en beleggingsdeel te maken? Het is toch 100% spaargeld ??? Daar zit dus meteen het pijnpunt van het systeem. Heel stiekem gaat dit systeem dus ook uit van een forfaitair rendement. Een “onverklaarbare illusie” met sturing in de achterliggende psychologische principes: afleiding en beïnvloeding.

De Hoge Raad is daar nu dus duidelijk klaar mee en biedt in zijn arrest van 24 december 2021 rechtsherstel aan door te bepalen dat slechts over het werkelijke rendement geheven mag worden.

Werkelijk rendement in de praktijk

Spaargeld, aandelen en dergelijke Over spaargeld en beleggingen zoals aandelen, valuta’s en dergelijke, zal weinig discussie ontstaan wat daarbij het werkelijk behaalde rendement is. Banken kunnen hun informatie gemakkelijk koppelen aan de systemen van de Belastingdienst. Uiteraard, als de IT-systemen van de Belastingdienst daar klaar voor zijn.
Onroerend goed
Bij vastgoed, grond en andersoortige zaken, is het al een stuk lastiger om het werkelijk rendement vast te stellen. Wat zal hiervoor de juiste berekeningswijze voor zijn? Komt er een uniforme berekeningswijze (wat dan weer kan leiden tot een forfaitair rendement), of krijgt de belastingplichtige de vrijheid om met een goed onderbouwd verhaal het werkelijk rendement aan te dragen? Dit kan dan weer leiden tot extreme uitvoeringsproblemen bij de Belastingdienst. Kortom, voer voor rechtswetenschappers en de wetgevingsjuristen.
Het is niet uitgesloten dat belastingplichtigen over 2017 e.v. de keuze uit twee systemen hebben in box 3. Belastingheffing volgens de huidige vermogensmix/schijvensysteem, maar ook belastingheffing over het werkelijke rendement is mogelijk. Wat voor de belastingplichtigen het beste uitkomt.
Mocht u twijfelen over wat het een en ander voor u betekent, dan kunt u altijd vrijblijvend contact opnemen met ons kantoor (telefoonnummer 0174 630241).