Artikel “Waarde” van Ed Izeren

Bij mij thuis hangen een paar antieke olieverfschilderijen van de opa van mijn vader. Mooie tafereeltjes van moeder met kinderen, portretten en een landschap. Opa Petrus was kunstschilder en leraar aan de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten ergens rond 1900. Voor mij zijn die schilderijen veel meer waard dan waarop een kunstkenner ze zou taxeren. Ooit heb ik op een veiling driehonderd euro betaald voor een echte Izeren. Maar voor drieduizend had ik het ook gedaan. Emotionele waarde.

Waarde is een lastig begrip. Op een markt van vraag en aanbod is een waarde makkelijk te bepalen, bijvoorbeeld de aandelenbeurs en de valutamarkt. Bij onroerende zaken wordt het al lastiger. De taxatiewaarde van een woning is zelden gelijk aan de uiteindelijk betaalde prijs. Een bekende definitie van waarde is ‘’wat een gek ervoor geeft’’, maar ook deze is niet helemaal waar. Immers, als de gek echt gek is, betaalt hij meer dan de waarde.

Ik overdrijf nauwelijks als ik zeg dat vrijwel iedere belasting wordt geheven over waarde. Ga maar na, de OZB wordt geheven over de WOZ-waarde van de woning, de overdrachtsbelasting over de prijs van de woning, de erfbelasting over de waarde van de nalatenschap, de box 3 heffing over de waarde van uw privébezittingen op 1 januari, de fiscale bijtelling over de nieuwwaarde van de auto van de zaak, enzovoort. Bij landbouwgronden zijn fiscale taxaties een vak apart. Daarvan moet namelijk de (belastingvrije) agrarische waarde (wat een boer er voor zou betalen) en de (meestal aanzienlijk hogere en belaste) vrije verkoopwaarde worden getaxeerd. Je moet als fiscalist een halve makelaar zijn om je vak te kunnen uitoefenen.

Over waarde is ontzettend veel geprocedeerd bij de belastingrechter. Fiscaal gaat het altijd om de zogenaamde waarde in het economisch verkeer. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad de volgende definitie daarvan geformuleerd: ‘’de vermoedelijke prijs die bij verkoop door de meestbiedende koper zou worden betaald als de verkoop op de voor het vermogensbestanddeel gebruikelijke wijze en onder normale omstandigheden zou plaatsvinden, en op de gebruikelijke wijze zou zijn voorbereid.’’ Niet dat we er nu uit zijn, want met deze omschrijving kun je nog alle kanten uit .

En dat doen belastingadviseurs en belastingambtenaren dan ook. Als we er echt niet samen uitkomen stappen we naar de rechter. Maar die is ook geen waarde-deskundige. Zo’n procedure draait er vaak op uit dat de rechter beide partijen een kwartiertje de gang op stuurt met de opdracht er alsnog samen uit te komen. Alsof we dat niet al geprobeerd hadden! Als de hakken dan toch in het zand blijven, hakt de rechter de knoop door. Dan komt het aan op wie het meest overtuigende taxatierapport heeft. Dat van de fiscus telt meestal een enkel velletje kringlooppapier met een bedrag. De belastingadviseur zorgt wel dat hij een goed onderbouwd glossy rapport van dertig pagina’s van een erkende taxateur heeft, het oog van de rechter wil immers ook wat.

Ik schrijf deze column thuis in bed op mijn laptop, omdat ik nog herstellende ben van een operatie. Van mijn vrouw mag ik nog niet naar kantoor, want ik ben nog niets waard.

Dat ziet zij zonder taxatierapport…