Herbezinning mestbeleid: forse gevolgen voor de akkerbouw

De plannen van minister Schouten voor het toekomstige mestbeleid hebben forse gevolgen voor de veehouderij. De gevolgen voor de akkerbouwsector lijkt hierdoor soms wat ondergesneeuwd te worden. De gevolgen zijn ook voor u als akkerbouwer behoorlijk ingrijpend. 

 

Nieuw mestbeleid 

Minister Schouten heeft onlangs, na lang beraad, haar plannen voor het toekomstige mestbeleid gepresenteerd. Zij benoemt in haar plannen drie sporen: 

  • Volledig grondgebonden melk- en rundvleesveehouderij. 
  • 100% mestverwerking voor niet-grondgebonden bedrijven. 
  • Een gebiedsgerichte aanpak voor de akker- en tuinbouw op uitspoelingsgevoelige zand- en lössgronden. 

Met de aanpassingen van het mestbeleid hoopt de minister o.a. het beleid te vereenvoudigen en de fraudegevoeligheid te verminderen. Daarnaast is de verbetering van de waterkwaliteit een belangrijk item. 

 

Grondgebondenheid melk- en vleesveebedrijven 

De minister wil dat alle melkveebedrijven en roodvleesbedrijven in de toekomst grondgebonden worden. Heeft u onvoldoende grond? In de plannen van de minister is opgenomen dat u ook middels een samenwerkingsverband met bijvoorbeeld een akkerbouwer grondgebonden kunt worden. 

 

Mestafvoer zelf bepalen 

Het systeem heeft wel wat weg van de vroegere mestafzetovereenkomsten die er heel even zijn geweest. Het grote verschil is echter dat in de nieuwe plannen er vanuit wordt gegaan dat er ook daadwerkelijke mest naar de akkerbouwer toe gaat. U hoeft dat dan niet te wegen en te bemonsteren. De exacte mestafvoer is dan niet bekend, echter de gecontracteerde hoeveelheid komt (ongeacht of er mest wordt aangevoerd) altijd ten laste van de gebruiksruimte van de akkerbouwer. U staat echter wel vrij om de exacte hoeveelheid mest die u afvoert in overleg gezamenlijk te bepalen. 

 

Geen koppeling met voer 

Het ministerie geeft aan dat het nadrukkelijk geen verplichting wordt dat er ook door de akkerbouwer voer verbouwd moet worden.  

 

100% mestverwerking 

Grondgebondenheid wordt, volgens de plannen, niet verplicht voor bedrijven uit de intensieve veehouderij. Wel moet dan 100% van de mestproductie worden verwerkt. Het gebruik van drijfmest op eigen grond of de afvoer van drijfmest naar een akkerbouwer is dan niet meer toegestaan. Een ingrijpende maatregel. 

 

Gebiedsgerichte aanpak 

De derde spoor gericht op de waterkwaliteit in een aantal gebieden met droge uitspoelinggevoelige zand- en lössgronden. Voor deze gebieden wordt in eerste instantie met diverse, wat meer vrijblijvende maatregelen, geprobeerd de waterkwaliteit te regelen. Lukt dat onvoldoende dan kunnen meer ingrijpende maatregelen volgen, zelfs tot het verbieden van bepaalde gewassen aan toe. 

 

Ook behoorlijke gevolgen voor de akkerbouw 

Voor u als akkerbouwer hebben de plannen ook behoorlijk impact. Drijfmest is dan alleen nog maar beschikbaar als u een samenwerkingsverband aangaat met een veehouder die op deze manier grondgebonden wil worden. Goede afspraken zijn dan wel essentieel. Zonder samenwerkingsverband zal er op termijn geen drijfmest meer beschikbaar zijn en zult u uw bemesting moeten invullen met bewerkte dierlijke mest, overige organische meststoffen en/of kunstmest. Wel wordt de kans groter dat u producten vanuit de mestverwerking kan gebruiken als kunstmestvervanger. 

 

Implementatie 

Volgens de minister kost de uitvoering en de implementatie van spoor 1 en spoor 2 tenminste 10 jaar. Echter wel is de bedoeling dat al eerder stappen worden gezet. In de komende twee jaren zullen, naar verwachting, hiervoor belangrijke besluiten worden genomen. 

T.a.v. spoor 3, de gebiedsgerichte aanpak, is de bedoeling dat al in het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (vanaf 2022) al stappen worden gezet. Feitelijk een vervolg op de maatregelen die al in het huidige Actieprogramma zijn opgenomen.