Aanpassingen maatregelen 6e Actieprogramma

Teelt u mais of aardappelen op zand en/of lössgrond? Of heeft u een ruggenteelt op klei- en/of lössgronden? Er gaat vanaf 2021 e.e.a. veranderen. Lees hier waar u rekening mee moet gaan houden.  

 

Aanpassing maatregelen 6e Actieprogramma 

In het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn zijn diverse maatregelen opgenomen over o.a. de teelt van gewassen en op welke wijze u de teelt moet uitvoeren. Minister Schouten heeft recent aangekondigd dat een aantal maatregelen uit het 6e Actieprogramma voor het jaar 2021 gewijzigd doorgevoerd gaan worden. Hieronder leest u per onderwerp wat aangepast wordt.  

 

Nog niet definitief 

De maatregelen die hieronder worden beschreven zijn nog niet helemaal definitief. De kans dat dit vanaf 2021 doorgaat is echter wel groot. 

 

Latere aanwending drijfmest op maisland 

Heeft u maisteelt op zand- en/of lössgrond? Dan mag u in 2021 drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib pas vanaf 1 april uitrijden, in plaats van vanaf 16 februari. U mag vaste mest wel vanaf 1 februari uitrijden zoals u gewend bent.  

 

31 januari melden 

U moet uiterlijk 31 januari al uw percelen zand- en/of lössgrond waarop u het komende jaar mais wilt gaan telen melden bij RVO. Dit geldt ook als u van plan bent om alleen vaste mest te gebruiken. 

 

Rijenbemesting niet verplicht 

Met de invoering van bovenstaande regel gaat de eerder aangekondigde verplichting tot rijenbemesting in mais op zand- en lössgrond niet door. 

 

Vanggewas aardappelen vervallen 

Teelt u aardappelen op zand- en/of lössgrond? Dan hoeft u toch geen verplicht vanggewas te gaan telen na de oogst van aardappelen op zuidelijke zand- en lössgronden. Ook deze eerder aangekondigde regel gaat niet door. In plaats van het telen van een verplicht vanggewas moet u rekening houden met een korting op de stikstofgebruiksnorm van 65 kg stikstof per ha. Deze korting geldt alleen wanneer u de aardappelen teelt na graslandvernietiging op zand- en lössgronden. Deze regel gaat echter voor alle zand- en lössgronden gelden en niet alleen voor de zuidelijke zand- en lössgronden. 

 

Ruggenteelt op klei- en lössgronden: drempel of greppel 

Teelt u gewassen in ruggen op klei- en of/lössgronden? In het 6e Actieprogramma is opgenomen dat u drempels moet toepassen om afspoeling naar het oppervlaktewater tegen te gaan. Nieuw is dat u de drempels tijdelijk mag verwijderen en dat u de afspoeling ook tegen mag gaan door middel van het aanleggen van greppels.  

 

Aanleg drempels 

Maakt u gebruik van drempels dan moet u tussen de ruggen meerdere drempels leggen. U moet deze maximaal 2 meter uit elkaar leggen en de drempels moeten minimaal 5 centimeter hoog zijn. De drempels moeten de gehele teeltperiode aanwezig zijn. U mag ze enkel tijdelijk doorbreken bij een dreiging van extreme weersomstandigheden. U moet de drempels op een later moment weer herstellen.  

 

Aanleg greppels 

In plaats van de aanleg van drempels mag u ook kiezen voor de aanleg van een greppel. Kiest u voor een greppel dan moet u er voor zorgen dat deze evenwijdig ligt aan de watergang. De greppel moet minimaal 50 cm breed en 30 cm diep zijn en u moet deze minimaal 1 meter van de watergang af leggen.