Martine Grim vertelt bij Young prof in beeld

‘Voor mij is accountancy het helpen van ondernemers bij het realiseren van hun potentieel’

‘Direct na mijn VWO-diploma ben ik begonnen met werken bij WEA, in eerste instantie zonder ernaast te studeren. Ik wilde weten of het beroep me zou bevallen voordat ik me zou inschrijven voor zo’n lang studietraject. Dat beviel, dus na een jaar werken, ben ik gestart met de Accountancy opleiding bij Markus Verbeek Praehep. En nu, elf jaar later, zit ik nog steeds bij WEA. Mensen vragen me wel eens: vind je dat niet saai, al die jaren op dezelfde plek? Maar het is niet ‘dezelfde plek’, omdat ik door de jaren heen gegroeid ben in verschillende functies.’

Wat trekt je aan in je huidige functie?
‘Ik haal mijn voldoening uit het helpen van mensen. Dat kun je natuurlijk in allerlei branches en vormen doen, maar ik ben goed in cijfers en het analyseren daarvan. En je kunt die twee dingen heel mooi combineren in deze branche. Ik kan ondernemers helpen met het uitzoeken van allerlei vraagstukken binnen mijn vakgebied. Dat bestaat uit een goede basishygiëne zoals een correcte jaarrekening en doordachte begroting, en daarnaast uit advies op bijvoorbeeld het gebied van personeel, benchmarking en de juiste fiscale structuur neerzetten. Die zaken samen helpt de ondernemer bij het realiseren van zijn potentieel. Op die manier kan ik echt met de ondernemer meedenken in de zaken waar hij op gaat sturen: waar gaat het goed en waar kan het beter? Dat vind ik het leukst aan mijn werk.’

Wat vind je lastig of een uitdaging in je werk?
‘Ik merk dat ik de hoeveelheid aan regelgeving soms wel eens lastig vind. Je krijgt een vraag van een klant en dan moet je je eerst bezighouden met het kader van de vraag en alle regelgeving die daarbij hoort, voordat je überhaupt kunt starten. Dat geeft wat extra belasting en maakt je soms overdreven voorzichtig, maar uiteindelijk is het goed dat het er is. Een leuke uitdaging vind ik, nog steeds, het samenstellen van een complexe jaarrekening met ingewikkelde structuren en onderlinge transacties. Of het opstellen van een gedetailleerde begroting waarin je rekening houdt met alle aspecten en verwachtingen die daarbij komen kijken. Wanneer dat steeds weer lukt geeft dat echt een voldaan gevoel.’

Wat kun je vertellen over het kantoor waar je werkt?
‘We zijn een zelfstandige maatschap, tegelijkertijd heeft WEA meerdere vestigingen verspreid over het westen van Nederland met inmiddels ook een kantoor in het oosten. Dus als geheel zijn we groot, maar per maatschap verschillen we van grootte. WEA Naaldwijk is relatief klein en dat maakt ons heel flexibel in hoe we kunnen schakelen en sturen. We hebben hier drie vennoten; twee accountants en een fiscalist. De lijnen zijn kort en het voelt echt alsof we met alle medewerkers een team zijn; we doen het echt mét elkaar. Dat vind ik de charme van een ‘klein’ kantoor. Tegelijkertijd hebben we op de achtergrond wel de kennis en vaktechniek beschikbaar van een groot kantoor omdat we WEA breed weer groot zijn. Dat vind ik heel prettig werken. Als ik iets specifieks niet weet, kan ik ook met iemand van een andere vestiging overleggen.’

Vind je de accountancysector innovatief?
‘Dat verschilt echt per kantoor. We zijn zelf enorm bezig met digitaliseren, zodat de processen efficiënt zijn en je dus veel meer adviseur kunt zijn. De jaarrekening is dan meer een soort bijzaak geworden. Ik zie dat de meeste kantoren daar ook wel echt mee bezig zijn, maar er zijn ook kantoren die dat minder makkelijk oppakken. Dat ligt meestal meer aan de mensen dan aan de techniek. Afgelopen jaar hebben we weer een flinke groep nieuwe klanten erbij gekregen, puur door te laten zien wat wij doen. Dat dat zo makkelijk gaat, geeft aan dat er kantoren zijn die ‘achterlopen’ op de wensen van hun klanten.’

Hoe kijk jij aan tegen het negatieve beeld van buitenaf dat er soms van de accountancysector is?
‘Eerlijk gezegd heb ik daar niet zo heel veel mee te maken in de samenstelpraktijk. Ik heb er in ieder geval geen last van en hou me er minimaal mee bezig. Ik denk wel dat het heel goed is dat onze sector even is wakker geschud. Het is bizar wat er aan schandalen naar buiten is gekomen en dat dat kon gebeuren. Tegelijkertijd vind ik het dan weer jammer dat de accountancy over één kam wordt geschoren. Er zitten grote verschillen tussen een Big Four-kantoor en bijvoorbeeld een kantoor als dat van ons. De maatschappij ziet dat verschil niet per se, zij zien accountants als een en dezelfde.  Daardoor kom je met z’n allen in een kwaad daglicht te staan, terwijl dat dus niet terecht is.’