Artikel “Varken”

Ik ben alweer een jaar of twintig actief in de agrofiscaliteit. In de daaraan voorafgaande tien jaar kon ik in de fiscale vakliteratuur alle rechtspraak waarin de woorden tomaat, tarwe of koe voorkwamen wel overslaan, want aan de chique Lange Vijverberg tegenover de het torentje van de premier, waar ik in een monumentaal pand met marmeren entree van negen tot vijf belastingaangiftes zat te maken, meldde zich zelden een veeboer die zijn kaplaarzen bij de voordeur liet staan, zijn sjekkie in zijn blauwe overall uitdrukte en de peuk op het schoteltje van zijn koffiekopje deponeerde, zoals mijn eerste agrarische cliënt hier in Naaldwijk.

 

Inmiddels weet ik alles wat er fiscaal te weten valt over de glastuinbouw, melkveehouderij en akkerbouw. Maar binnen de agrofiscaliteit zijn er specialismen waar ik nagenoeg niets van af weet. Varkens! Die hebben we hier niet. Ik heb begrepen dat het erg sociale dieren zijn. Dat moet ook wel. Als je maximaal een vierkante meter voor jezelf hebt in de stal, kun je maar beter op goede voet blijven met je knorrige buurman. En verder zouden ze niet halal en evenmin koosjer zijn, als je Koran en Tora erop naslaat. Dat is iets waarover Joden en moslims het (voor een keertje wèl) eens zijn. Het gemiddelde varken om voor de hand liggende redenen eveneens. Tot zover mijn parate kennis over onze roze vriend.

 

Voor mijn fiscale kennis van varkens ben ik aangewezen op de landbouwnormen die de Belastingdienst elk jaar publiceert. De fiscus heeft zeven kantjes nodig om ons uit te leggen hoe wij met varkens moeten omgaan. In de fiscale boekhouding dan. Ik durf te wedden dat de gemiddelde burger nog niet één fiscaal feitje over een biggetje kan verzinnen. De fiscus daarentegen ziet het varken als een melkkoe, waaraan te verdienen valt. Een varken wordt mede door zijn gebrek aan lichaamsbeweging immers elk jaar vetter en meer waard. De fiscus wil niet wachten met belasting heffen tot het varken eindelijk een keer naar de slacht gaat en daadwerkelijk geld in het laatje brengt. Nee, het varken moet gewaardeerd en op de fiscale balans geactiveerd worden!

 

Om de varkensboer een beetje tegemoet te komen bij deze ingewikkelde calculaties, zijn er dus normbedragen. Nou, dat is makkelijk, zou je zeggen: één varken, één bedrag! Niet dus! Een varken doet zich namelijk voor in diverse gedaantes. Big, beer en zeug, welke weer verdeeld kunnen worden in zuigend of gespeend, aangekocht of zelfgefokt, welke weer onderverdeeld dienen te worden naar leeftijd, waarbij weer één van de 108 normbedragen met of zonder btw gekozen dienen te worden en waarop vervolgens het individuele of het gemiddelde waardesysteem wordt toegepast. Een student wiskunde zou zonder enige twijfel zakken voor het varkenswaarderingsexamen.

 

Overigens gelden vergelijkbare normen voor melkkoeien, slachtkoeien, rosékalveren, blankvleeskalveren, vleesopfokleghennen, gewone leghennen, vleeskuikenouderdieren, vleeskuikens vleeskalkoenen, fokschapen, slachtschapen, handelsschapen, melkgeiten, fokgeiten, fokbokken, slachthammerem, slachtgeiten, slachtbokken, nertsen, fokkonijnen en slachtkonijnen. Ik heb het niet verzonnen.

 

Als belastingadviseur geef ik mijn cliënten in de landbouw ter besparing van administratieve lasten desgevraagd wel het advies om over te stappen op de kweek van regenwormen…