Artikel “Toezicht”

Het is zo warm op mijn kamer dat ik in de kantoortuin met airco ben gaan zitten op de werkplek van een collega die op vakantie is. Dan kom ik ook nog een beetje onder de mensen. Ik zit al meer dan twintig jaar alleen op een kamer. De collega’s hebben dat liever zo. Ik weet eigenlijk niet waarom, want ik zeg niet veel en ik gebruik voldoende deodorant.

Maar nu zit ik dus de hele dag met vier collega’s. Een nieuwe ervaring. Ze hebben alleen de schreeuwerige radio aan en daar word ik niet erg blij van. Op mijn eigen stekkie heb ik altijd zachtjes een cd opstaan van The Eagles of iets anders uit de jaren zeventig, zodat ik het ruisen van mijn gedachten niet hoor.

Je hoort zo nog eens wat en je ziet hoe ze met elkaar omgaan. Danny is voortdurend IT-brandjes aan het blussen van collega’s die vastlopen. Hans maakt woordgrapjes en zwijgt netjes als er over andere collega’s geroddeld wordt. Jos gaat van de ene bespreking de andere in. Martine werkt onverstoorbaar door, je ziet haar af en toe diep nadenken over een ingewikkelde journaalpost. Ze zijn opvallend werkzaam, ik vraag mij af of dat door mijn controlerende aanwezigheid komt of dat ze altijd zo zijn. Maar ze lijken erg serieus bezig. Door de radio heen hoor je het zachte tikken van de toetsenborden. Zonder radio zou je er helemaal zen van worden.

Er is eigenlijk niemand die mij, enig belastingadviseur tussen accountants en boekhouders, controleert. Daar is ook geen reden voor, want zeer recent nog heeft de tuchtrechter van mijn beroepsorganisatie beslist dat een accountant niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor het werk van zijn fiscale kantoorgenoot. Maar ook al zouden ze dat wel zijn: accountants snappen helemaal niets van belastingen, dus ze kunnen mij helemaal niet controleren. Ieder zijn vak.

De enige die mij een beetje in de gaten houdt is Big Brother Belastingdienst. Ik lig aan de leiband van het door mij vrijwillig ondertekende Convenant Horizontaal Toezicht. Twee of drie keer per jaar komt de ambtenaar achter de andere handtekening op de koffie met een lijstje aandachtspunten voor ons kantoor. Dan krijg ik er weer flink van langs omdat we bij een cliënt te veel op onroerend goed hebben afgeschreven of ergens een vakje in de aangifte zijn vergeten aan te vinken. Tja, soms denk ik dat ik er wel mee weg kom, maar ik sta bij de fiscus waarschijnlijk al ergens op een shortlistje van notoire wetsovertreders.

Onze kamer is een lange, smalle pijpenla. Ik kan iedereen goed in de gaten houden zo. We zitten alle vijf op een rechte lijn met mijzelf aan het hoofd. Je zou het een vorm van horizontaal toezicht kunnen noemen. Het is bijna vijf uur en iedereen zit er nog. Dat is voor het eerst! Ze durven natuurlijk niet eerder weg te gaan met de baas op de kamer. Ik blijf nog even zitten, kijken wie het eerste vertrekt.

Die krijgt een vinkje achter zijn naam…

Leave a Comment